• Elle

Ochtendrituelen


7u05: Enkele opgewekte stemmen weergalmen in de gang. Morgen leen ik het papiertje dat aan de deur van het massagesalon iedereen waarschuwt: 'Merci pour de parler doucement'. Mijn blaas is vol, de nicotinespiegel in mijn bloed kent dramatische waarden waardoor ik verplicht ben om uit mijn bed te strompelen. In tegenstelling tot thuis doe ik snel een rokje aan zodat ik zedig door de gang kan lopen en de mensen van de ontbijtploeg niet choqueer met mijn doorschijnende slip terwijl ik mijn noodzakelijke nicotineshot koortsachtig inhaleer.


7u13: Terug op de slaapkamer speel ik mijn kleren uit en kruip ik onder de warme lakens. Ditmaal met oordoppen en een volledig verduisterend slaapmasker. Toch hoor ik nog medecursisten zingend door de gang huppelen. Totaal onrespectvol. Dat komt op het evaluatieformulier en als die amateurkunstenorganisatie niets doet met mijn aanbevelingen zien ze mij hier nooit meer terug.


8u40: De pompende beats van het liedje ‘Intro’ van The XX beginnen in crescendo af te spelen. Zonder te kijken vindt mijn hand de snoozeknop van mijn GSM.


8u45: The XX deuntjes alarmeren dat ik nu echt uit mijn bed moet stappen. Ik neem mijn happy pills en spoel ze met een flinke slok water door mijn keel.


8u47: Aangekleed in mijn kleurrijk jurkje wandel ik met kleine oogjes voorbij de volle tafels van mensen die luidkeels hun leven delen met hun vrienden van deze week.


8u48: ‘Enkel koffie aub,’ vraag ik aan de vrijwilligers van de ochtendshift die ons een pover ontbijt hygiënisch trachten te serveren alsof het nog niet veel te laat is om besmetting in onze bubbel van veertig personen te voorkomen. Douches die dagelijks door iedereen worden gebruikt en tweemaal per dag oppervlakkig worden ontsmet. Kranen aan de WC’s die je na het handen wassen opnieuw moet dichtdraaien zodat je zeker met voldoende virusdeeltjes aan tafel schuift en droog stokbrood richting je mond brengt. Tekengerief delen met tien personen die proeven van tekenen op tafels die door de echte beginnende tekenaars meermaals zijn aangeraakt. Elke dag in verschillende formaties op dertig centimeter van elkaar drie maaltijden verorberen waarbij er zo vaak wordt gelachen dat zelfs de overbuur jouw speeksel in de mond voelt neerdalen. Twintig mensen die willen ontdekken of ze talent hebben om gitaar te spelen op hetzelfde instrument. Ofwel hebben we geluk dat niemand besmet is toegekomen op dit creatieve kampje voor volwassenen, ofwel liggen er volgende week vier mensen in het ziekenhuis aan de beademing. Met een gelaten blik kijk ik naar deze goedbedoelde beschermende maatregelen. Sterven doen we allemaal. De vraag is wanneer en hoe. ‘Wil je een wolkje melk in je kom koffie’ vraagt de vrijwilliger. ‘Neen, een goede scheut’ zeg ik met mijn mooiste glimlach. Je moet uitermate dankbaar zijn tegen mensen die spontaan vroeger opstaan om anderen te plezieren. Gelukkig zijn we met veertig personen zodat ik deze marteling niet moet ondergaan.


8u50: Ik zet me neer op het bankje om in alle rust te lurken van mijn tweede sigaret en neem de koffie tot mij als een dronkenlap die zijn eerste pint van de dag naar binnen kapt.


8u55: Ik wandel snel richting de WC, je weet wel, die met het mooiste uitzicht, en sla een kruisgebedje dat de deur op een kier staat. Het geluk staat aan mijn kant vandaag en ik plof me neer op de WC-bril die nog warm aanvoelt van de vorige billen. De combinatie koffie en sigaretten werkt altijd en dertig seconden later reinig ik mijn kont met mijn Scottex doekjes, met hydraterende crème voor de gevoelige huid, die ik in mijn handtas verberg. Als trouwe bezoeker weet ik dat het goedkope WC-papier te hard schuurt na enkele dagen waardoor dit een pijnlijk ritueel zou worden. Voor ik doorspoel kijk ik verwonderd naar de hoeveelheid ontlasting die ik heb geproduceerd tot ik me herinner dat de vijf stukken pizza me gisteren erg hadden gesmaakt.


8u57: Ik schuif opnieuw aan bij de vrijwilligers die de laatste restjes ontbijt serveren. ‘Mag ik de twee resterende stukjes stokbrood die al een uur staan uit te drogen in de zon?’ vraag ik. Ze lachen met mijn grapje en nemen met een grijper de resterende broodjes. ‘Ze gingen bijna de vuilnisbak in want we wilden net beginnen afruimen’ zegt de ene vrijwilliger. ‘Amai, dan heb ik chance vandaag.’ Met dat beurtrolsysteem weten ze niet dat dit tafereel zich elke dag herhaalt. ‘Is er nog koffie?’ vraag ik. Hij fronst zijn gezicht, schudt met de thermos en hoort nog wat koffie klutsen. ‘Weeral chance!’ zegt hij met een grote glimlach. Ik grijns terug en vraag of de melk op is. ‘Neen, er zijn nog meerdere kannen in de koelkast’. Snel loopt hij richting de keuken en keert terug met een volle kan melk die reeds is afgedekt met een plastiekje. ‘Sta jij altijd zo laat op?’ vraagt hij. ‘Neen, ik was al wakker om zeven uur, maar ik trek me dan even terug om een uurtje yoga oefeningen te doen in de tuin. Je hebt soms van die momentjes voor jezelf nodig als je zo een hele week in groep leeft' zeg ik. ‘Wauw, je komt hier zelden van die ochtendmensen tegen. Ik vloekte toen mijn wekker afging, meteen spijt dat ik gisteren mijn vinger in de lucht had gestoken toen ze vrijwilligers zochten’. ‘Ach, jij bent er nu vanaf. Ik offer me later deze week op wanneer iedereen doodmoe is van de liters rosé die elke avond vloeien.’ Hij zwijgt, kijkt me bewonderingswaardig aan en zegt: ‘Zo altruïstisch van u.’ Ik knipoog en lach, ‘That’s me!’


© 2020 Verstrooiing : verhalenmeteenglimlach