© 2019 Verstrooiing : verhalenmeteenglimlach

contact: verstrooiing@gmail.com

  • Elle

Een dagje zee



Voor ik de deur dichttrek ga ik een allerlaatste keer naar het toilet. Ik pers nog vlug enkele druppels uit mijn lege blaas. Ik bid dat ik de hele dag overleef zonder bezoek aan vieze openbare toiletten waar wc knoppen, deurslotjes en klinken zijn aangeraakt door talrijke -met urine besmette- vingers en geen handzeep te bespeuren is. Ik steek mijn EHBO-kistje met ontsmettingsgel, schoonmaakdoekjes en meerdere paren latex handschoenen in mijn handtas. Je weet maar nooit…


Met de trein is het altijd een beetje reizen. Een plezier voor joelende kinderen die met hun kleverige handjes de kaartjes vasthouden die uitgebluste conducteurs doorknippen. De snoep van de krijsende kleuter valt naast me op de grond, ze lacht en stopt de smerige zuurtjes opnieuw in haar mond. Slik.


De trein bereikt de laatste halte Oostende. Ik blijf zitten tot de eerste ongeduldige mensen de knoppen van de schuifdeuren openen en haast me snel achter hen uit de trein. De zon schijnt fel en ik doe mijn doorschijnende regenponcho uit die me beschermde tegen de veel gebruikte zitplaatsen waarin iedereen neerploft, maar uiterst zelden gereinigd worden. Ik haal mijn eerste tube handgel boven, pas de ziekenhuishygiëne technieken toe en wandel richting het strand.


Ik hunker naar het zand dat zachtjes tegen mijn voetzolen zou kunnen schuren, maar ik walg van de gedachte dat dit zand ook langs onverzorgde voeten met schimmelnagels is gegleden. Daarom wandel ik met mijn hermetisch gesloten laarsjes met rode stippen door de duinen. Ik doe een schietgebedje dat ik niet in hondendrollen trap die verscholen liggen onder een laag zand.


De zee ruist en ik proef de frisse zilte lucht die mijn paars getinte permanent uit model brengt. Te laat om een geslaagde selfie van mijn vakantiedagje te kunnen nemen. De zee ontsmet mijn longen van de lucht die me in de trein benauwde. Daar blies de airco de ziektekiemen van honderden mensen door de kleine wagons.


Ik loop op het natte zand en zie de vloedlijn met kleine watergolven steeds dichterbij komen. Het schuimende water klotst op een veilige afstand langs mijn wandelroute. Ik huiver van contact met het zeewater dat verwarmd is door de plasjes van kinderen die er zonder schaamte hun behoefte in doen. Hun zonnebadende ouders zijn te lui om hun kroost even te begeleiden naar het dichtstbijzijnde toilet.


Een dagje zee is niet compleet zonder een ijsje. Ik ga op zoek naar een ijskar die niet in de blakende zon staat. Hun koelingssysteem kan onvoldoende voedselbacteriën uitroeien die zich langzaam verspreiden in de heerlijk lijkende zoetigheid. Ik heb geen zin om morgen uren boven de pot te hangen. Ik trotseer de lange wachtrij met zeurende peuters, die kriskras snottebellen afvegen, maar geef mijn plaats op wanneer ik de ijsventer zie kuchen in zijn hand alvorens hij een nieuw bolletje ijs opschept. Mijn knorrende maag keert zich om.


Ik passeer een kraam op de zeedijk dat magnums verkoopt die nog gewikkeld zijn in een plastiekje en haal opgelucht adem. Mijn droom van een hygiënisch verantwoorde lekkernij komt uit. Ik haal mijn tweede poncho boven en keer tevreden huiswaarts terug.